Beroep: De hoefsmid

7 Vragen aan hoefsmid Kees Alblas

Goede hoefverzorging is onmisbaar. Niet voor niks zeggen de Engelsen ‘no foot, no horse’. En wie speelt hier een grote rol in? De hoefsmid natuurlijk! Kees Alblas (40) is een erkend hoefsmid, heeft een eigen hoefsmederij en is zelfs hoefsmid van het Nederlandse team. Als iemand ons meer kan vertellen over dit beroep, is hij het wel.

‘Ik ben in mijn familie opgegroeid met paarden. Mijn moeder had een paard, later kwam er een pony en ik heb vanaf mijn achtste jaar gereden op een manege. Op mijn twaalfde ging ik wat werken op de manege, bijvoorbeeld stallen uitmesten en het terrein vegen, en kwam ik met de hoefsmid in aanraking. Zo ben ik geïnteresseerd geraakt in dit beroep. Toen ik veertien was, ging ik mee met een smid uit ons dorp. Dat heb ik best lang gedaan. Ik wilde graag smid worden, maar heb eerst nog voor timmerman geleerd. Toen ik twintig was, ben ik de opleiding tot hoefsmid gaan doen.’

  1. Wat hield die opleiding in?

‘Mijn opleiding duurde twee jaar. Tegenwoordig is dat drie jaar. Tijdens mijn opleiding combineerde ik werken en leren. Ik liep één dag in de week stage bij een hoefsmid en ging één dag in de week naar school, om zo het vak te leren. Als je het allemaal goed deed, behaalde je na twee jaar je diploma. Ik was 23 toen ik officieel hoefsmid werd en ik ben in 2003 met mijn eigen hoefsmederij begonnen. Later ben ik ook als freelancer bij dierenkliniek De Lingehoeve gaan werken. Ik wilde graag de orthopedie als hoefsmid onder de knie krijgen en paarden helpen met voetproblemen. Nu ben ik alweer vijf jaar betrokken bij een andere dierenkliniek: het Sporthorse Medical Diagnostic Centre, oftewel SMDC.’

  1. Hoe moeilijk is het eigenlijk om een goede hoefsmid te worden?

‘Dat hangt van de persoon af. De een is ook wat eerder tevreden dan de ander. Ik vond het vak in het begin fysiek heel zwaar, zeker als ik een paard moest bekappen. Ik stond te trillen op mijn benen als ik één paard had bekapt. Toen ik net was geslaagd, kon ik een paard beslaan, dus de hoefijzers op de hoeven zetten. Ik deed daar alleen wel 2,5 uur over, terwijl ik tegenwoordig met drie kwartier klaar ben. Als je langer in het vak zit, word je beter en sneller, waardoor het ook minder zwaar wordt. Hoefsmid is soms best een uitdagend vak omdat je met levende dieren werkt. Daarnaast heb je te maken met de eigenaar van het paard, dus je klant. Je moet goed met je klant kunnen overleggen en luisteren. De klant verwacht natuurlijk dat je verstand van zaken hebt en dat je kennis op orde is.’

  1. Wat vind je het mooiste van je vak?

‘Als ik een paard of pony aangeboden krijg met een langdurige klacht of een bepaald voetprobleem, waar ik zodanig bij kan helpen dat dit paard of deze pony uiteindelijk niet meer kreupel loopt en weer happy is. Dat zijn de mooie uitdagingen. De dankbaarheid van het paard en van de ruiter is dan heel mooi om mee te maken.’

  1. Is er iets wat je minder mooi vindt?

‘Een mindere kant is toch wel het fysiek zware werk, zeker als paarden niet stil willen staan. Dat is een aanslag op je lichaam. Ook de communicatie met andere mensen moet je niet onderschatten. Mensen hebben veel vragen en willen graag snel antwoord. Ik begrijp dat en heb er geen probleem mee, maar het is wel extra werk.’

  1. Je bent ook hoefsmid van TeamNL, oftewel het Nederlandse paardensportteam. Dan help je dus beroemde paarden. Hoe gaaf is dat?

‘De meeste paarden hebben natuurlijk hun eigen smid thuis, die de hoeven heel goed verzorgt. Ik ben er vooral voor deze paarden tijdens de grote evenementen. Deze functie is prachtig. Ik maak de sport op het allerhoogste niveau van dichtbij mee én op de momenten dat het erop aankomt. Het is heel leuk om achter de schermen mee te mogen lopen en erbij te horen als lid van het team.’

  1. Is er nog een beroemd paard waar je bijzondere herinneringen aan hebt?

‘Er is niet zozeer een bepaald paard dat erbovenuit steekt. Ik vind ze allemaal bijzonder en ik geniet eigenlijk van de hele sport. Of het nu eventing, reining, dressuur, springen of vierspannen is, het spreekt mij allemaal aan.’

  1. Wat wil je iemand meegeven die misschien ook wel hoefsmid wil worden?

‘Jaag zeker je droom na. Oriënteer jezelf eerst goed op of je het echt leuk vindt en of je het lichamelijk aankunt. Onderschat het niet. Maar als je echt hoefsmid wilt worden, ga ervoor. Het is een heel leuk vak!’

3 tips van de hoefsmid

Natuurlijk willen we van deze expert tips voor de hoefverzorging. Waar kunnen we zelf op letten, Kees?

- Wees niet te proper, wil ik als eerste meegeven. Veel mensen maken de hoeven echt te schoon, waardoor ze droog en brokkelig kunnen worden en kunnen scheuren.

- Wacht ook niet te lang tussen de keren dat de hoefsmid langskomt. De ene eigenaar is daar heel precies in, de andere laat dat wat versloffen. Ik houd altijd tussen de zes en acht weken aan.

- Vet of olie droge hoeven niet als je ze weer vochtig wilt krijgen. Dat helpt eigenlijk niet. Daarvoor kun je beter een zooltje onder de hoeven laten zetten of een modderig terrein maken voor je paard of pony. Ik raad invetten of oliën ook niet af, want je bent dan als ruiter bezig met de hoeven en houdt ze zo beter in de gaten.

Toen ik veertien was, ging ik al mee met een smid uit ons dorp’

‘Als je echt hoefsmid wilt worden, ga er dan voor!’

MEER WETEN?
Benieuwd naar ons nationale team? Lees meer over TeamNL op www.knhs.nl/teamnl.